Het Amsterdamse Netwerk Eenzaamheid

Blog

Lorem ipsum dolor sit amet, consectetur adipiscing elit. Praesent consectetur commodo nunc. Curabitur euismod tortor nec ipsum aliquet, eget luctus libero bibendum. Aliquam erat volutpat. Ut a nibh vel tellus vestibulum laoreet eget id justo. Maecenas quis sapien hendrerit, elementum velit in, semper leo. Proin augue ante, vestibulum quis mattis sed, pellentesque eget eros. Donec ac dui ut ipsum tincidunt rutrum. Vivamus a enim quis ligula tristique iaculis. Fusce sem enim, accumsan porta bibendum eget, iaculis a metus.

‘Alles goed?’

Zeventig procent van de jongeren is wel eens eenzaam en eenzaamheid komt onder jongvolwassenen vaker voor dan onder 55plussers. Waarom voelen de millennials zich eenzaam? En zijn social media de oorzaak van of juist de oplossing voor dit probleem? Drie deskundigen bogen zich hier op 27 september vanuit originele invalshoeken en met verrassende uitkomsten over in het programma Op je Remi.

Gino Bronkhorst: ‘Als je op social media ziet dat je vrienden iets leuks aan het doen zijn, geeft je dat vaak een slecht gevoel’

Gino Bronkhorst: ‘Als je op social media ziet dat je vrienden iets leuks aan het doen zijn, geeft je dat vaak een slecht gevoel’

De avond begon met een korte documentaire van Gino Bronkhorst (‘af en toe eenzaam’), die het ‘vriendenplatform’ Facebook testte op sociale duurzaamheid. Hij stuurde al zijn bijna 750 Facebookvrienden een privébericht met de vraag: ‘Alles goed?’ Uit de reacties bleek dat bijna eenderde van het gezelschap geen behoefte had aan deze blijk van interesse of ervan uitging dat achter die belangstelling een dubbele agenda school. Maar gelukkig reageerde het overgrote deel normaal en een deel zelfs heel aardig: Bronkhorst hield aan het experiment een paar gezellige afspraken en zelfs een nieuwe vriendin over. De zaal - waar uit eerder inventarisatie was gebleken dat zelfs Facebook-grootverbruikers (1000+vrienden) nooit zomaar belangstellende berichtjes sturen - kreeg de opdracht een random Facebookvriend te vragen hoe het met hem of haar ging. Dat leverde ongemakkelijke maar ook leuke reacties en sociaal verkeer op.

Bronkhorst maakte vervolgens deel uit van een panel, samen met Eline Wielenga (‘moeite met alleen zijn’) en Gerine Lodder. Wielenga presenteerde haar afstudeerproject Social Circle - een website om te zien hoe het staat met je sociale gezondheid. Ze stelde dat mensen niet in staat zijn om meer dan vijftien echt close contacten te hebben. En dat er verschillende soorten eenzaamheid zijn: de sociale (niet in staat zijn contacten aan te gaan) en emotionele (je niet verbonden voelen met je omgeving).

Dat werd bevestigd door onderzoeker Lodder (‘gefascineerd door eenzaamheid’) die het verschijnsel ook positief bezag. ‘Een gevoel van eenzaamheid is een signaal om te investeren in sociale relaties’, zei ze. Chronische eenzaamheid is niet goed - dat leidt tot schade aan de fysieke (eenzame mensen grijpen vaker naar drugs, drank en/of eten), mentale (angst en onzekerheid) en sociale (meer delinquentie, slechtere schoolresultaten) gezondheid. Lodder constateerde overigens dat er, sinds de metingen van eenzaamheid zijn begonnen, er geen echt stijging te zien is. Dat bewees volgens haar dat er geen aantoonbaar bewijs is dat sociale media daarin een factor zijn.

Eline Wielenga: ‘Je sociale kring is superrelevant voor hoe gezond je bent’

Eline Wielenga: ‘Je sociale kring is superrelevant voor hoe gezond je bent’

Over de oorzaken van eenzaamheid onder jongeren ontstond nog een levendige discussie. De zaal opperde dat het te maken zou kunnen hebben met de ik-cultuur, wat door Lodder werd weerlegd door te zeggen dat eenzaamheid zowel in bekende wij-culturen als in westerse culturen voorkomt. Zelf noemde ze een aantal risicofactoren: mensen die geen of beperkte toegang hebben tot hun sociale omgeving, bijvoorbeeld door cultuurverschil; mensen die beperkte sociale vaardigheden hebben door opvoeding of autisme; of mensen die een negatief zelfbeeld of beeld van anderen hebben. Haar belangrijkste conclusie is dat er maatwerk vereist is, bijvoorbeeld in de vorm van trainingen of cognitieve gedragstherapie.