Het Amsterdamse Netwerk Eenzaamheid

Blog

Lorem ipsum dolor sit amet, consectetur adipiscing elit. Praesent consectetur commodo nunc. Curabitur euismod tortor nec ipsum aliquet, eget luctus libero bibendum. Aliquam erat volutpat. Ut a nibh vel tellus vestibulum laoreet eget id justo. Maecenas quis sapien hendrerit, elementum velit in, semper leo. Proin augue ante, vestibulum quis mattis sed, pellentesque eget eros. Donec ac dui ut ipsum tincidunt rutrum. Vivamus a enim quis ligula tristique iaculis. Fusce sem enim, accumsan porta bibendum eget, iaculis a metus.

Maatje worden doe je niet alleen voor een ander, maar ook voor jezelf

Dat is één van de belangrijke lessen die we leren tijdens de derde themabijeenkomst in de reeks Aanpak Eenzaamheid in Pakhuis de Zwijger op 11 juli 2017. De avond stond in het teken van de vraag wat maatjes kunnen bijdragen aan het verminderen van eenzaamheid in Amsterdam.

Volgens Rick Kwekkeboom, lector Community Care aan de Hogeschool van Amsterdam (HvA), is een maatje simpelweg 'iemand die gezelschap geeft, om leuke dingen te ondernemen.' Collega Ymke Kelders (onderzoeker sociale netwerken HvA) wijst erop dat maatjes opereren in een grijs gebied tussen vriendschap en professionaliteit.

Mijn maatje brengt mij vrijheid en gezelligheid.
— Ervaringsdeskundige Andries Schreur

Een inventarisatie onder welzijnsorganisaties, maatjes en ervaringsdeskundigen in en voor de zaal leert dat maatjes er zijn in alle soorten en maten, voor een scala aan doelgroepen (denk aan: vluchtelingen, chronisch zieke patiënten, ouderen, mensen met schulden of met een lichte verstandelijke handicap), voor verschillende periodes (van een half jaar tot onbepaalde tijd) en met verschillende doelstellingen (eenzaamheid tegengaan, helpen met praktische zaken, op weg helpen naar werk). De meeste maatjes brengen één à twee uur per week met hun 'deelnemer' door voor een kop koffie en een praatje. Ze worden vaak aan elkaar gekoppeld op basis van interesses, kwaliteiten en karakter. Maar een precieze match kan soms ook beklemmend werken. Vaak zijn er vooraf korte trainingen waarbij het nieuwe maatje onder andere meer leert over de doelgroep.

Maatje-zijn heeft mijn leven verrijkt. Het heeft me uit mijn witte, hoogopgeleide bubbel gehaald en ik heb nieuwe plekken leren kennen in de stad, die ik eerst niet zag.
— Maatje Ellen Perik (studente)

Een maatje kan een activerende rol spelen door iemand meer zelfvertrouwen te geven of over drempels heen te helpen. Een maatje is geen vriend, maar kan dat wel worden - mits beide partijen dat willen. Een maatje is ook geen professional, maar een vrijwilliger die je helpt om je doel te bereiken.

Belangrijkste lessen

  • Een maatje worden doe je niet alleen voor een ander, maar ook voor jezelf: anderen helpen voelt goed (want het prikkelt het genotscentrum in de hersenen) en het onderlinge contact verrijkt je leven.
  • Het maatje-zijn draait niet om het oplossen van andermans problemen, maar puur om het er zijn voor een ander, zodat die zich gezien en gesteund weet.
  • Maatjes hoeven niet over vergelijkbare levenservaringen te beschikken als de mensen die ze bezoeken; wie andere ervaringen heeft kan daarmee juist een nieuw licht op een situatie werpen.
  • Een nieuw experiment van de Hogeschool van Amsterdam met maatjes wijst op de kracht van gelijkwaardigheid: dat maakt het project populair onder senioren en studenten die vaak nieuw zijn in Amsterdam. Tussen vragers en bieders wordt geen onderscheid gemaakt: beide partijen hebben elkaar iets te bieden.
  • Het is van groot belang om behoeftes en verwachtingen goed af te stemmen op wat maatjes te bieden hebben om te voorkomen dat je mensen beschadigt. Als welzijnsorganisatie moet je weten wie je voor je hebt en duidelijk hebben wat het doel en de duur van de maatjes-inzet is.
Dertig tot veertig procent van de Amsterdammers zegt wel iets voor een ander te willen doen, maar is daar nog nooit om gevraagd.
— Marit Postma (De Regenbooggroep)

Kansen

  • Er is niet heel veel bekend over de behoefte aan maatjes in Amsterdam en naar de effecten van maatjes op eenzaamheidsbestrijding op de langere termijn; daar zou onderzoek naar gedaan kunnen worden.
  • Een wervingscampagne zou mensen kunnen motiveren en mobiliseren om maatje te worden: ruim een derde van de Amsterdammers zegt wel iets voor een ander te willen doen, maar is daar nog nooit om gevraagd. Mensen willen wel, maar doen het niet.
  • Mensen die al vrijwilligerswerk doen kunnen anderen daartoe motiveren door hun ervaringen te delen.

Belangrijke vragen (en antwoorden)

Denk als maatje niet dat je de wereld kunt redden door mensen van hun eenzaamheid af te helpen, zeker niet in een half jaar tijd.
— Rick Kwekkeboom (HvA)
  • In hoeverre kunnen maatjes eenzaamheid helpen verminderen?
    Dat hangt van de hulpvraag af. Als iemand wil leren appen, kan dat een puur technische vraag zijn, maar ook een behoefte aan sociaal contact. Een maatje dat op de koffie komt kan ervoor zorgen dat eenzaamheid minder wordt gevoeld voor bepaalde groepen mensen, mits de verwachtingen over en weer gelijk en helder zijn, anders wordt de pijn van eenzaamheid juist vergroot.
  • Hoe creëer je een sociale norm in een individualistische samenleving waarin maatje-zijn niet standaard is?
    Als mensen gelukkig worden van anderen helpen, waarom gebeurt het dan niet vaker? Mensen worden ook gelukkig van het voldoen aan de sociale norm. In een individualistische samenleving als de onze moet je jezelf eerst weten te motiveren en een organisatie vinden die bij je past. Mensen weten vaak niet waar te beginnen.
  • Hoe kom je er achter of het met de ander klikt?
    Welzijnsorganisaties die met maatjes werken, brengen in kaart wat de hulpvraag is en koppelen maatjes aan deelnemers op basis van persoonlijke interesses; daarna volgt een intakegesprek, en na elke volgende afspraak - vooral in het begin - een belletje met een coach die het verloop ervan bespreekt.
  • Hoe zit het als een 'deelnemer' zich aan z'n maatje hecht, terwijl de hulp aan een termijn is gebonden?
    Het is van belang de onderlinge band continu af te tasten en eventueel (nieuwe) doelen of termijnen (bij) te stellen.
  • Hoe zit het met privacy? Je bouwt een vertrouwensband op en komt veel persoonlijks van elkaar te weten.
    Daar bestaan richtlijnen voor. Daarnaast handel je ook in goed vertrouwen. Je kunt wel een foto delen van een leuke activiteit op social media, het persoonlijke verhaal laat je achterwege.
Vrijwilligerswerk maakt gelukkig. Daar waren ook grote sociologen als De Tocqueville en Dürkheim het over eens.
— Kirsten Dik